Marathonman in 4.06

 Print dit verhaal uit

Is de marathon werk voor hardloopgekken? Schoorvoetend begon verslaggever
Toine Rongen te trainen en negen maanden later liep hij de New York Marathon in
vier uur tijd helemaal uit. Leer van zijn ervaringen: de finish op 42.195
meter is dichterbij dan je denkt.

Tekst: Toine Rongen


Zondag 5 november. 15.08 uur, Central Park, New York. Als ik na 4 uur, 6
minuten en 6 seconden hardlopen tot stilstand kom, jubel ik van binnen! Ik
heb de eerste marathon in mijn 42-jarige leven gelopen en genoten van elke
meter.

Mijn race heb ik bovendien gelijkmatig opgebouwd. De eerste, tweede en derde
tien kilometer liep ik steeds in een dik uur. Het laatste en volgens de
kenners zwaarste deel ging nota bene nog het snelst, in 1.03 uur. De
felicitaties van collega-lopers en officials zijn dan ook gemeend. 'Great
job!', 'Beautiful run!' Arnold Vanderlyde, die ik tussen de honderden binnen
gekomen lopers ontdek, noemt me zelfs 'kampioen' en slaat broederlijk zijn
arm om me heen. Ik ben de oud-bokser dankbaar, hij verleidde me immers begin
dit jaar tot dit loopavontuur.

Ik vraag hem naar het verloop van zijn eerste marathon. 'Een catastrofe',
zucht hij vermoeid. 'Vier tot vijf keer kwam ik de man met de hamer tegen.
Zijn klappen waren harder dan de dreunen van Felix Savon.' (Vanderlyde's
jarenlange boksrivaal, red.) Desalniettemin scoorde Vanderlyde een tijd van
4.11.

Leo Echteld, mijn hotel-slapie en fysiotherapeut van het Nederlands
voetbalelftal, tref ik pas als ik terug ben gekeerd naar hotel. 'Mijn knie
sloeg vast op zo'n 28 kilometer,' zegt hij boos. 'Ik kwam alleen nog vooruit
met een zijwaartse shuffle à la Mohammed Ali. Strekken en buigen van de knie
zat er niet meer in. Het publiek vond het komisch, lachte me toe. Maar ik
jankte bijna van pijn.' Zijn tijd: 4 uur en 45 minuten.
Ik ben aanzienlijk sneller dan deze afgetrainde atleten. Hoe kan dat? Zowel
Echteld als Vanderlyde werden in de laatste, belangrijke weken van de
voorbereiding enkele dagen door griep geveld, kampten met blessures en
hadden het druk, druk, druk! Ze trainden daardoor te weinig.


Pinokkio
Medio februari. 'Het geheim zit 'm in de voorbereiding.' Gedreven door deze
uitspraak van mijn trainer, Maarten Koeman, besloot ik een half jaar terug
elke ochtend om vijf uur op te staan voor een looptocht van tussen de zes en
zeven kilometer. Een gouden greep. Het gaf me de conditie en het
doorzettingsvermogen om enkele weken voor New York, op een grauwe, winderige
middag, op het Heerderstrand de ultieme uitdaging aan te gaan.
In de zomer had ik op dit strand al in mijn uppie tien rondjes van 2,6 km
gelopen: in totaal 26 km. Een prestatie waarmee ik mijn loopvrienden en
vooral mezelf verbaasde. Sindsdien liep ik nog de 16 kilometer van De Dam
tot Damloop en de halve marathons van de Trosloop en Amsterdam. Daarna wilde
ik op 1 oktober nog de 30 van Almere lopen. 'Cruciaal', had mijn coach
Maarten Koeman me uitgelegd, 'Je hoeft niet per se een hele marathon gelopen
te hebben, maar dertig kilometer moet toch minimaal in je hielen zitten.'
Aan de dertig van Almere zou ik niet toekomen. Tijdens een ongecontroleerde
actie verdraaide ik mijn linkerknie. Om New York niet in gevaar te brengen,
liet ik Almere schieten. Er waren toen nog precies 35 dagen te gaan.
In de twee weken voor mijn vertrek diende ik mijn conditie te onderhouden,
vooral 'mijn rust te pakken' en mijn maag met koolhydraatrijk voedsel te
vullen. Maar het lopen van mijn eerste 'dertiger' moest dus nog in die
eerste twee weken geschieden.

De passie om drie uur achter elkaar te rennen ontbrak me. Helemaal nadat
Vanderlyde vanwege drukte afhaakte als loopmaatje. Toen echode een
eenvoudige levensles door mijn hoofd: Heb je geen zin, dan maak je zin!
Wat katterig begon ik op het strand van Heerde aan wat mijn eerste dertiger
moest worden. Het was guur, winderig en regenachtig weer. Gelukkig ging
vanaf het derde rondje behalve mijn voeten ook mijn fantasie aan de loop.
Hoe bizar mijn fantasieën ook waren, ik liet ze volledig toe. Terwijl de
bossen en struiken aan me voorbij trokken, schoot me ineens te binnen dat ik
op 5 november net zo oud zou zijn als de marathon kilometers telt, namelijk
42 plus. In mijn fantasie doemde het beeld op van een 84-jarige man die de
New York Marathon in 2042 als een jonge god uitloopt. Hij is vitaal,
atletisch, gefortuneerd. Zijn leven is een fantastisch meesterwerk. Deze
man, dat raad je al, ben ik.

Met elke stap die ik zette naderde deze ideale toekomst en dat bezorgde me
tijdens het lopen een geweldig gevoel. Vooral toen ik ging visualiseren, als
ware ik de Steven Spielberg van mijn leven, welke fantastische activiteiten
ik zou opzetten om daadwerkelijk deze 84-jarige levenskunstenaar te worden.
Ik verzeker je, tijd en kilometers vlogen voorbij. In mijn twaalfde rondje,
de avond was inmiddels ingevallen, miste ik een pad waardoor ik plotsklaps
op een autoweg belandde. Ruw ontwaakte ik uit mijn rooskleurige
toekomstdromen.

Ik stopte, keek om me heen en zocht al wandelend het oude pad weer op. In
deze twee minuten geschiedde het onvermijdelijke: mijn benen transformeerden
tot houten balken. Stijf als een Pinokkio begon ik aan mijn dertiende ronde.
Op mijn tandvlees haalde ik het. Eenmaal in de auto geploft, besloot ik
tijdens de marathon voortdurend in beweging te blijven om dit
Pinokkio-gevoel in het vervolg te vermijden.
Toen keek ik op de klok. Bijna 19.00 uur. Ruim 34 kilometer afgelegd in drie
uur! Uit de autoradio klonk U2's 'It's a beautiful day'. Ik schreeuwde mijn
longen leeg. Ik lustte de Big Apple rauw!

  • Tip van Toine:

    - Zorg dat je voor de wedstrijd twee weken rust neemt en koolhydraatrijk
    voedsel eet.
    - Zorg dat je voordat je aan je marathon begint, minstens een keer een loop
    van dertig kilometer hebt afgelegd.
    - Blijf voortdurend in beweging om stijve spieren te vermijden.

Acclimatiseren
Donderdag 2 november. 11.30 uur, Schiphol. Drie dagen voor de Big Run stap
ik met vier loopvrienden het vliegtuig in. Mijn renschoenen en loopkleren heb
ik in mijn handbagage gestopt. Stel je voor dat ik mijn bagage in de
vrachtruimte van het vliegtuig kwijtraak. Dan moet ik in New York nog nieuwe
schoenen kopen en ze bovendien ook nog inlopen. Nee, dank je. Verder zorg ik
voor voldoende loopkleding. New York in november kan alle weertypes geven.
Voor de terugreis heb ik slippers meegenomen; een weldaad voor vermoeide,
pijnlijke voeten.
Rond 15.00 uur plaatselijke tijd landen we in New York. Vijf uur later zijn
we ingecheckt in ons hotel. Die avond kunnen we rustig ergens eten en ons
langzaam thuis gaan voelen. We hebben twee volle dagen om te acclimatiseren.
Prima. Van de 1500 Nederlandse deelnemers aan deze New Yorkse marathon zijn
er bosjes die daags voor de Big Run binnenvliegen. Het kan, maar ideaal is
het niet.

  • Tip van Toine:

    - Vervoer je hardloopspullen in je handbagage.
    - Zorg voor hardloopkleding die geschikt is voor verschillende weertypen.
    - Neem slippers mee voor na de wedstrijd.
    - Neem de twee dagen de tijd om te acclimatiseren.
  • Bangmakerij
    Vrijdag 3 november, 10.00 uur. In een hal liggen onze rugnummers en andere
    data klaar. We sluiten aan bij een aanzwellende rij lopers. Talloze
    deelnemers bestuderen tijdschema's, discussiëren over de voor- en nadelen
    van een 'negative split' of 'positive split'. Ofwel: Loop je de eerste helft
    sneller (positive) of langzamer (negative) dan de laatste helft? Ik kies
    voor de middenweg, de gelijkmatige loop. De 'splitters' kijken me verbaasd
    aan.

    Een routinier beweert dat de eerste klappen zullen vallen op de
    Queensborough

    Bridge, de brug van Queens naar Manhattan. Een ander slagveld, waarschuwt
    hij, vormt de zes kilometer 'vals plat' van First Avenue. Om maar te zwijgen
    van de laatste glooiende kilometers in Central Park. Het lukt me niet echt
    om me voor deze bangmakerij af te sluiten. Als kort daarop een Italiaan me
    per ongeluk aanstoot en ik een pijntje voel in mijn zwakke linkerknie breekt
    het angstzweet me uit. Houdt mijn knie straks wel stand?
    Ineens wordt de marathon een vijand in plaats van een vriend. Ik besluit om
    de volgende keer mijn startgegevens vroeger op te halen. Wij wrongen ons om
    10.00 uur de hal binnen om er pas om 13.00 uur uur 'bevrijd' uit te komen.
    Sowieso kan je je verslikken in de massaliteit, de grootsheid van deze
    grootste renhappening ter wereld.

  • Tip van Toine:
    - Haal je startgegevens zo vroeg mogelijk op.
  • Messcherp
    Zondagochtend 5 november. The big day. Vanaf 6.00 uur vertrekken tientallen
    bussen naar Staten Island, een uur rijden van de City. Achter de Verrazano
    Bridge waar rond 11.00 uur het startsignaal klinkt, ligt het startveld.
    Tussen tientallen tenten, honderden toiletten en tienduizenden collega's
    neem ik afscheid van mijn hotelmaatjes. Zij vertrekken naar het rode gebied,
    ik naar het blauwe. Daar heb ik afgesproken met Arnold Vanderlyde en mijn
    andere loopvrienden. Maar als twee uur later een stem via luidsprekers de
    lopers nog maar een paar minuten geeft, sta ik volkomen anoniem te
    blauwbekken. Zonder mijn vrienden die me tijdens het lopen zouden
    fotograferen en me zouden waarschuwen als ik te hard van stapel zou gaan.
    'Was dan ook', kanker ik alsmaar tegen mezelf, 'samen de bus in gegaan. Was
    toch bij je hotelmaatjes gebleven!'

    Hoe dan ook, het voordeel van dit nadeel is dat ik dezelfde krachten moet
    aanboren die me er bij mijn solotochten op het Heerderstrand doorheen
    sleepten. Ik prent me in dat ik rustig moet starten, dat ik letterlijk elke
    drankstop benut om bij te tanken. En dat als ik een krachtreep eet er goed
    bij drink. Bij de Halve Marathon in Amsterdam vergat ik dat namelijk en
    bonkten er enkele kilometers lang een zware reep op mijn maag. Verder ben ik
    er klaar voor. Ik wil het, ik kan het en ik ga er voor. Bij de start om
    10.45 uur ben ik als een mes zo scherp.

  • Tip van Toine:
    - Verlies je hardloopvrienden niet uit het oog op weg naar de start.
    - Zorg dat je genoeg vocht tot je neemt.
    - Drink goed als je een krachtreep eet.
  • 'Give me some power'
    Van 10 naar 24 kilometer. Samen met 35 duizend anderen ben ik al ruim een
    uur 'on the run'. Het is winderig en guur, maar de straten in Brooklyn en Queens
    staan vol met enthousiaste hispanics, orthodoxe joden en Afro-Amerikanen.
    Veel lopers hebben hun voornaam op hun shirt gestift. Het publiek blaast ze
    in een warme deken vooruit. 'Ooh Anne! You're looking great!' 'Come on,
    Richard! You're gonna make it!' Anne en Richard gaan duidelijk zichtbaar
    makkelijker en sneller vooruit. Ik kamp net een minuut met lichte pijn in
    mijn zij, als ik aan de straatkant een funkband met een blazersorkest
    erachter ontdek. Ik krijg het op mijn heupen, loop naar de band, maak
    contact met de muzikanten - 'Come on man, give me some power!' - en ga een
    tiental seconden volledig uit mijn dak. Honderden Afro-Amerikanen springen
    op, juichen en klappen me vol passie toe. 'Ooh man, you're gonna make it,
    yeah!' Waoooh! Tegen deze energiestoot kan geen drank of krachtreep op. De
    volgende kilometers zweef ik met een vette grijns over het asfalt. En de
    pijn in mijn zij is volkomen verdwenen. Als er opnieuw een pijntje of
    steekje de kop opsteekt en ik een nieuwe band langs de straat ontwaar,
    herhaalt het ritueel zich. Ik stop, maak oogcontact, swing en zing mijn
    volgende energieshot bij elkaar. Goede muziek, vooral rock, blijkt mijn loop
    enorm te stimuleren. 'I want to break free' (Queen), 'Ready to go'
    (Republika), 'Life' (Haddaway), 'Legs' (ZZTop), 'The Summer of '69' (Bryan
    Adams), 'Go your own way' (Fleetwood Mac) en veel live-nummers van The
    Rolling Stones doen me als een katapult vooruit schieten. Heerlijk.

    In een straat klapt het publiek massaal twee keer in de handen waarna armen
    gestrekt de lucht ingaan, begeleid door de Yeah-kreet! Ik doe direct mee.
    Wat een heerlijke krachtbeweging. Probeer het uit! Kietelt het niet geest en
    lichaam? Sowieso is het genieten geblazen. Negen maanden lang heb ik hier
    naar toe gewerkt en nu overtreft deze marathon mijn stoutste verwachtingen.

  • Tip van Toine:
    - Schrijf je naam op je shirt, zodat het publiek je kan aanmoedigen.
    - Zorg dat je het publiek op je hand lrijgt, het enthousiasme van het
    publiek werkt beter dan een energiereep.
    - Stel je eigen Ren Top Tien Samen en speel die af tijdens het lopen.
  • Zalig
    Van 24 naar 30 kilometer. First Avenue, Manhattan. De rennende massa deint
    tussen de wolkenkrabbers door. Een uniek beeld. Als ik tussen de
    toeschouwers een plukje UNOX-mutsen ontdek, ren ik er op af, brul 'Holland,
    Holland', gevolgd door de dijenkletser 'Olé, olé, olé, olé'. Prompt flitsen
    enkele camera's. Een vrouw uit Gouda krast haar telefoonnummer op mijn arm.
    Behalve dat deze actie nu mijn plakboek verrijkt, heeft het een zalig
    effect. Want de spieren begonnen stram aan te voelen maar nu loop ik weer
    soepel door. Richting de wijk waar zich normaal gesproken geen mens veilig
    voelt.

    Genotsmiddel
    Van 30 naar 37 kilometer. The Bronx, althans dat deel waardoor wij rennen,
    is
    deze dag een oase. Vooral als de zonnestralen door de wolken breken en het
    publiek en de lopers letterlijk in het zonnetje zetten. Ik inhaleer de lucht
    als een puur genotsmiddel. Ineens verschijnt het beeld van de 84-jarige
    ideale ik, eerder gevisualiseerd op het Heerderstrand. Wat een kracht put ik
    uit mijn ideale toekomst. Kracht die ik nu overigens hard nodig heb. Want de
    kilometers terug naar Manhattan en door het grijze Harlem zijn het zwaarst
    tot nu toe. Ik check weer eens mijn loop, mijn ademhaling, drink wat water
    en prepareer me op het laatste stuk, door Central Park.

  • Tip van Toine:
    - Visualiseer je resultaten en toekomtsidealen. Dat geeft extra kracht en
    doorzettingsvermogen.
  • High-five
    Van 37 kilometer naar 42 plus. Central Park bestaat uit gemene heuveltjes.
    Ik herinner me de lessen die ik in het Amsterdamse Bos heb gekregen. Ik ga met
    kleine pasjes heuvelop en neem lange passen als ik weer afdaal.
    Hoewel om me heen lopers diep lijden, word ik weer de oude. Ik zet zelfs nog
    aan, passeer voortdurend lopers, deel high-fives uit aan het publiek en ben
    nog lang niet uitgeput als ik de finish volgens mijn waarneming in vier uur
    en acht minuten passeer. Bruto weliswaar. Daar moeten nog circa tien minuten
    afgaan, de tijd tussen het officiële startsignaal en het moment dat ik met
    de chip aan mijn schoenveters over de startlijn stapte. Kortom: Ik finishte
    onder de magische vier uur. Precies zoals gepland. Maar ik onderbreek mijn
    privéfeestje als ik via internet mijn officiële tijd binnenkrijg. Bruto:
    4.10. Netto: 4.06. 'Dat kan niet!' brul ik tegen mijn hotelmaatjes. 'Ik eis
    een recount.'

    Kort hierop spreek ik telefonisch met mijn trainer Maarten Koeman, die zelf
    de New York Marathon vier maal uitliep, ondanks zijn taaislijmziekte. Een
    absolute topprestatie. Door een terugval in zijn ziekte moest Maarten echter
    deze marathon laten schieten. Vanuit zijn Amstelveense flat heeft hij alles
    via televisie en internet gevolgd.
    'Dit is geen marathon om een snelle tijd te lopen,' zegt hij me. 'Daarvoor
    ishet te druk en het parcours te heuvelachtig. Dit is een marathon om te
    genieten van het enthousiaste publiek, van het uitzicht en vooral om te
    ervaren, om tot in je tenen te voelen hoe leuk zoiets eenvoudigs als
    hardlopen kan zijn. En daarin ben jij, dacht ik, geslaagd. Gefeliciteerd!'

  • Tip van Toine:
    - Neem kleine passen als de weg stijgt. En laat bij een afdaling de
    zwaartekracht het werk doen.
    - Zorg voor een hotelkamer met een bad, zodat je na afloop je vermoeide
    spieren extra kunt verwennen.

  • - terug naar index